Blaren voorkomen tijdens het wandelen: zo doe je het stap voor stap

Blaren voorkomen tijdens het wandelen doe je vooral door de wrijving op je voeten zo veel mogelijk te beperken. Dat betekent: de juiste sokken, goed passende wandelschoenen en een paar slimme extra maatregelen op de plekken waar het schuurt. Doe je dit goed, dan loop je ook een lange dag zonder pijnlijke blaren.

Waarom ontstaan blaren eigenlijk?

Blaren ontstaan door herhaalde wrijving tussen je huid en een oppervlak, in dit geval je sok of schoen. Op de plek waar dat wrijft, schuift de bovenste huidlaag los van de laag eronder. Het vocht dat daartussen stroomt, is de blaarvloeistof die je ziet. Warmte en vochtige huid maken de huid zachter en gevoeliger, waardoor blaren sneller ontstaan. Daarom zijn lange wandelingen in warm weer, nat weer of met natte voeten extra risicovol.

De meest voorkomende plekken zijn de hiel, de bal van de voet, de teen naast de grote teen en de kleine teen. Dat zijn precies de plekken waar de meeste druk en beweging zit.

De juiste sokken: het verschil tussen blaren en geen blaren

Goede wandelsokken zijn de eerste verdedigingslinie. Katoenen sokken zijn hiervoor ongeschikt. Katoen houdt vocht vast en wordt nat en slap, waardoor de stof gaat plooien en wrijft. Kies in plaats daarvan voor sokken van merinowol of een synthetische technische stof zoals polyester of nylon. Die materialen voeren vocht af en blijven relatief droog, ook na uren wandelen.

Let op de dikte. Dikke sokken bieden meer demping maar passen mogelijk niet meer goed in je schoen. De sok moet strak zitten zonder te knellen, en er mogen geen plooien in zitten als je de schoen aanhebt. Een plooi in je sok, hoe klein ook, kan na vijf kilometer wandelen al een blaargevoelige plek zijn.

Een truc die ervaren wandelaars gebruiken: trek een dunne binnenste sok aan onder je wandelsok. De twee lagen schuiven dan langs elkaar in plaats van langs je huid. Dat vermindert de wrijving op je voet aanzienlijk, vooral op lange tochten.

Goed passende wandelschoenen: de basis voor blaren voorkomen

Een schoen die te groot is, laat je voet bewegen bij elke stap. Een schoen die te klein is, knelt en creëert druk op vaste punten. Beide situaties leiden tot blaren. De juiste maat is een schoen waarbij je aan de voorkant nog ongeveer een centimeter ruimte hebt en waarbij de hiel stevig op zijn plek blijft zitten zonder te schuiven.

Nieuwe wandelschoenen hoef je niet meteen mee te nemen op een lange tocht. Draag ze eerst een paar keer op kortere wandelingen, zodat de schoen zich aanpast aan de vorm van je voet. Dit heet inlopen, en het is echt nodig. Een ongelopen schoen heeft stijvere materialen die harder wrijven op de plekken waar ze buigen.

Let ook op de vetersturing. Een los vetertje bij de hiel (het “hielslot”) geeft je meer controle over hoe de hiel vast zit, zonder de wreef te strak te sneren. Dat is handig op afdalen, wanneer de voet naar voren schuift.

Bescherm gevoelige plekken voor je begint

Als je weet dat je op een bepaalde plek snel blaren krijgt, bescherm die plek dan al voordat je vertrekt. Een laagje blaarpleisters (hydrocolloidpleisters) op de hiel of teen, nog voor je ook maar één stap hebt gezet, werkt veel beter dan plakken zodra de blaarvorm al begonnen is. Die pleisters zijn glad aan de buitenkant, waardoor de sok er soepel overheen glijdt in plaats van wrijft.

Wrijfsticks of anti-wrijfstaven (te koop bij sportspeciaalzaken en wandelwinkels) zijn een goede aanvulling. Je smeert ze op de huidplekken die het meest kwetsbaar zijn. Ze verminderen de wrijving direct op de huid. Let op: vaseline werkt hier anders. Het is glibberig maar trekt ook vuil aan en geeft de huid minder steun. Wandelexperts adviseren dan ook om vaseline niet op je voeten te smeren voor het wandelen.

Wat je tijdens de wandeling kunt doen

Stop zodra je een brandend gevoel voelt. Dat brandende gevoel is het vroege signaal dat wrijving zijn werk doet. Plak op dat moment een pleister op de plek voordat de blaarvorm ook werkelijk begint. Eenmaal begonnen, is een blaartje snel doorgegroeid tot een pijnlijke plek die de rest van de tocht verpest.

Controleer je voeten ook bij een pauze van langere wandelingen. Veters opnieuw aantrekken helpt als de schoen in de loop van de tocht iets losser is geworden door de warmte of door de belasting.

Bij nat weer of bij het doorwaden van een stroom kun je schone, droge sokken aantrekken als je de gelegenheid hebt. Natte sokken verdubbelen de kans op blaren, omdat natte huid veel sneller beschadigt dan droge huid.

Kort samengevat: de combinatie van de juiste sokken, goed passende schoenen en het beschermen van gevoelige plekken geeft je de beste bescherming. Blaren voorkomen tijdens het wandelen vraagt een beetje voorbereiding thuis, maar dat is altijd makkelijker dan halverwege een tocht op een kapotte voet lopen.

Scroll naar boven