20 km wandelen zonder training: dit moet je weten

20 km wandelen zonder training is mogelijk, maar het is niet voor iedereen even slim. Als je normaal gesproken regelmatig beweegt en dagelijks veel loopt, red je die afstand vaak wel. Ben je echt niet gewend om lange stukken te wandelen, dan is de kans groot dat je halverwege serieuze klachten krijgt: blaren, spierpijn, knieklachten of complete uitputting. Het eerlijke antwoord is dus: het kán, maar het is niet zonder risico.

Wat 20 km wandelen zonder training echt vraagt van je lichaam

20 kilometer wandelen duurt bij een gemiddeld tempo van 4 tot 5 kilometer per uur zo’n vier tot vijf uur. Dat is een aanzienelijke belasting voor je voeten, knieën, heupen en rug, zeker als je dit niet gewend bent. Je spieren raken niet alleen moe, maar je gewrichten en pezen krijgen ook langdurig te verduren. Dat zijn precies de delen van je lichaam die minder snel herstellen dan je conditie.

Blaren zijn het meest voorkomende probleem bij mensen die 20 km wandelen zonder voorbereiding. Na een uur of twee beginnen de voeten te schuren, zeker als je schoenen niet volledig ingelopen zijn. Daarna volgt vermoeidheid in de kuiten en bovenbenen. Bij mensen zonder wandelervaring treedt dit al op na 10 tot 12 kilometer.

Wanneer je 20 km wandelen zonder training kunt proberen

Er zijn situaties waarin je die 20 km zonder specifieke wandeltraining kunt doen. Denk aan iemand die dagelijks actief is, sport, en gewend is om op zijn minst een uur per dag te bewegen. Dan is de basisconditie aanwezig, ook al heb je geen wandelschema gevolgd. Ook mensen die al eens 10 tot 15 km hebben gewandeld en dat goed zijn doorgekomen, kunnen de stap naar 20 km wagen.

Wat je beter niet doet: 20 km wandelen als je normaal weinig beweegt, de afgelopen weken nauwelijks hebt gelopen, of als je al last hebt van je knieën of voeten. De risico’s op blessures wegen dan niet op tegen het resultaat.

Praktische tips als je toch gaat zonder voorbereiding

Ga je toch voor de 20 km, dan zijn dit de meest directe maatregelen om de schade te beperken:

  • Ingelopen schoenen: draag wandelschoenen of stevige sneakers die je al kent. Nieuwe schoenen zijn een gegarandeerde blareninmaker.
  • Anti-blaren sokken: dikke wandelsokken of speciale anti-blaren sokken (twee lagen) maken een groot verschil.
  • Start langzaam: houd de eerste 10 km een rustig tempo aan van zo’n 4 km per uur. Wie aan het begin te hard gaat, betaalt dat aan het einde dubbel terug.
  • Neem pauzes: na elke 5 à 7 km een pauze van 10 minuten. Ga echt zitten, niet staan.
  • Voldoende water en eten: reken op minstens 1,5 liter water en een snack per 10 km, meer bij warm weer.
  • Blaarpleisters meenemen: zit er een blaar aan te komen, plak hem direct af. Doorlopen met een open blaar maakt het exponentieel erger.
  • Stokken gebruiken: wandelstokken verminderen de druk op je knieën met zo’n 25 procent. Zeker de moeite bij langere afstanden.

Als je wel wilt trainen: een snelle opbouw in 6 weken

Heb je nog een paar weken de tijd, dan is een kort opbouwschema verstandiger dan gelijk de volle 20 km aanpakken. Een schema zoals dat van NN begint in week 1 met twee wandelingen van 3 kilometer en bouwt geleidelijk op tot de volledige afstand. Na 6 weken heb je dan niet alleen de conditie, maar ook de gewenning in je voeten en gewrichten opgebouwd. Dat scheelt een hoop pijn achteraf.

Zelf trainen zonder schema kan ook. Stap in week 1 twee keer 5 km, in week 2 twee keer 8 km en doe in week 3 een langere duurwandeling van 12 tot 15 km. Dan weet je of je lichaam er klaar voor is en kun je de laatste stap naar 20 km veel veiliger zetten.

Wat te verwachten de dag erna

Wie 20 km loopt zonder training, merkt dat de volgende dag pas echt. Spierpijn in de kuiten, bovenbenen en billen is normaal en pijnlijkst op dag twee. Je voeten kunnen gezwollen aanvoelen. Plan de dag erna licht in: weinig lopen, benen omhoog, eventueel een koude douche op de benen.

20 km wandelen zonder training is dus haalbaar als je een redelijke basisconditie hebt en je goed voorbereidt op het praktische deel: schoeisel, water, tempo en pauzes. Heb je helemaal geen wandelervaring, wacht dan liever een paar weken en bouw rustig op. Dat kost maar weinig tijd en levert een heel stuk meer plezier op.

Scroll naar boven