Het Nijmegen Romeins verleden is uniek in Nederland. Geen andere stad in ons land heeft zo’n lange en rijke band met het Romeinse Rijk. Waar nu drukke straten en moderne gebouwen staan, marcheerden ooit Romeinse soldaten. Ze bouwden forten, tempels en badhuizen op een heuvel boven de Waal. Die geschiedenis is nog steeds zichtbaar in de stad, als je maar weet waar je moet kijken.
De Romeinen kwamen voor de ligging, niet voor het weer
Rond 12 voor Christus begonnen de Romeinen met het bouwen van een nederzetting bij de Valkhofheuvel. Die heuvel lag strategisch gunstig: hoog boven de Waal, met goed zicht op het omringende land. De rivier was een natuurlijke grens van het Romeinse Rijk, de zogenoemde Rijngrens of limes. Nijmegen lag precies op dat punt waar de Waal en de Rijn elkaar bijna raken. Dat maakte de plek militair zeer interessant. De Romeinen bouwden hier een legerkamp, ook wel castellum of castra genoemd, voor duizenden soldaten. Later groeide er rondom dit kamp een burgerstad. Die stad heette Ulpia Noviomagus Batavorum en was één van de grootste Romeinse steden ten noorden van de Alpen.
Een bruisende stad met badhuizen en tempels
Het Romeinse Noviomagus was geen klein kampje. Op het hoogtepunt woonden er tienduizenden mensen. De stad had een forum, een marktplein waar handel werd gedreven en rechtspraak plaatsvond. Er waren badhuizen waar inwoners konden wassen, ontspannen en sociale contacten onderhouden. Tempels voor Romeinse goden stonden zij aan zij met winkels en werkplaatsen. De Romeinen legden ook wegen aan die dwars door het landschap liepen, recht en breed, zodat legers en handelaren snel konden reizen. Aardewerk, munten, sieraden en gereedschap uit die tijd zijn door archeologen opgegraven in en rond Nijmegen. Die voorwerpen laten zien dat de stad deel uitmaakte van een groot handelsnetwerk dat zich uitstrekte van Engeland tot aan het Midden-Oosten.
Het einde van de Romeinse tijd in Nijmegen
In de vierde en vijfde eeuw na Christus begon het Romeinse Rijk te wankelen. Germaanse stammen staken de Rijn over en de Romeinse macht in de regio brokkelde af. Rond 400 na Christus trokken de Romeinse troepen zich terug uit Nijmegen. De stad raakte niet helemaal verlaten, maar verloor zijn status als Romeins bestuurscentrum. Gebouwen vervielen of werden gesloopt voor hergebruik van de stenen. Toch bleef de herinnering aan de Romeinse stad bewaard in de bodem. Eeuwen later, bij opgravingen in de negentiende en twintigste eeuw, kwamen resten van muren, vloeren en voorwerpen weer boven de grond. Die vondsten gaven onderzoekers een steeds helderder beeld van het leven in het Romeinse Nijmegen.
Wat je vandaag nog kunt zien en bezoeken
De Romeinse erfenis van Nijmegen is nog volop aanwezig in de stad. Het Valkhof Museum heeft een grote collectie Romeinse vondsten, van beelden en munten tot sieraden en gebruiksvoorwerpen. In het stadspark het Valkhof staan resten van middeleeuwse bebouwing die op Romeinse fundamenten rust. Langs de route van de Romeinse limes zijn informatiepanelen geplaatst die vertellen over het leven van soldaten en burgers in deze grensstreek. De Nijmeegse binnenstad heeft ook een ondergrondse archeologie die regelmatig nieuwe vondsten oplevert bij bouwwerkzaamheden. Wie Nijmegen bezoekt, loopt letterlijk over een laag van meer dan tweeduizend jaar oude geschiedenis. Dat maakt de stad bijzonder, niet alleen voor historici en archeologen, maar voor iedereen die nieuwsgierig is naar waar onze samenleving vandaan komt.
Veelgestelde vragen
Waarom vestigden de Romeinen zich in Nijmegen?
De Romeinen kozen voor Nijmegen vanwege de ligging op een heuvel boven de Waal. Die heuvel bood een goed uitzicht op het omringende gebied en lag vlak bij de Rijngrens van het Rijk. De plek was militair sterk en geschikt als basis voor legertroepen.
Hoe heette Nijmegen in de Romeinse tijd?
In de Romeinse tijd heette Nijmegen Ulpia Noviomagus Batavorum. De naam verwijst naar keizer Trajanus, die de stad stadsrechten gaf, en naar de Bataven, het volk dat in dit gebied woonde. De afkorting Noviomagus wordt nog steeds gebruikt als verwijzing naar de Romeinse stad.
Waar zijn de Romeinse vondsten uit Nijmegen te zien?
De Romeinse vondsten uit Nijmegen zijn te bekijken in het Valkhof Museum in het centrum van de stad. Het museum heeft een uitgebreide collectie met munten, beelden, aardewerk en sieraden die afkomstig zijn uit opgravingen in en rondom de stad.
Is Nijmegen de oudste stad van Nederland?
Nijmegen geldt als de oudste stad van Nederland. De stad bestaat al meer dan tweeduizend jaar en heeft een aantoonbaar doorlopende bewoningsgeschiedenis die teruggaat tot de Romeinse tijd, rond 12 voor Christus.



