Trainingsschema 25 km wandelen: zo bouw je rustig op

Met een goed trainingsschema voor 25 km wandelen ben je in vier tot acht weken klaar voor deze afstand, ook als je nu nog weinig wandelt. De sleutel is simpel: begin klein en voeg elke week een beetje afstand toe. Zo went je lichaam aan de belasting zonder dat je geblesseerd raakt.

25 kilometer is geen kleine prestatie. Het duurt al snel vijf tot zes uur, afhankelijk van je tempo en het terrein. Je spieren, gewrichten en voeten hebben voorbereiding nodig. Een schema helpt je dat gestructureerd te doen, zodat je aan de start staat met vertrouwen in plaats van twijfel.

Voor wie is dit schema geschikt?

Dit trainingsschema is bedoeld voor beginners en mensen die al wat wandelen maar de 25 km nog nooit hebben gelopen. Als je nu comfortabel tien kilometer wandelt, reken op vier tot zes weken voorbereiding. Sta je nog op nul, dan is acht weken een realistischere tijdlijn.

Wandel je al regelmatig meer dan vijftien kilometer per week? Dan heb je minder opbouwtijd nodig en kun je het schema inkorten door de eerste weken over te slaan.

Trainingsschema 25 km wandelen: week voor week

Hieronder staat een achtweeks schema. Wandel drie à vier keer per week. De lange wandeling in het weekend is de belangrijkste training. De kortere doordeweekse wandelingen bouwen je conditie en spierkracht op.

Week Korte wandelingen (2x) Lange wandeling (weekend) Totaal per week
1 2 x 5 km 10 km ±20 km
2 2 x 6 km 12 km ±24 km
3 2 x 7 km 14 km ±28 km
4 2 x 6 km 12 km ±24 km (rustweek)
5 2 x 8 km 16 km ±32 km
6 2 x 8 km 18 km ±34 km
7 2 x 6 km 20 km ±32 km
8 (taperwee) 2 x 5 km 25 km of het evenement ±35 km

De rustweek in week vier is geen stap terug, maar een bewuste keuze. Je lichaam verwerkt dan de training van de eerste drie weken. Veel mensen slaan dit over en lopen daarna een hogere kans op blessures. Doe het gewoon.

Hoe verdeel je de lange wandeling?

Loop de lange weekendwandeling op een rustig tempo waarbij je nog normaal een gesprek kunt voeren. Dit tempo ligt voor de meeste mensen tussen de vijf en zes kilometer per uur. Harder is niet beter: het gaat om wennen aan de duur, niet om snelheid.

Neem bij wandelingen van meer dan tien kilometer om de vijf à zeven kilometer een korte pauze van vijf tot tien minuten. Gebruik die pauze om te drinken en eventueel iets te eten. Na tien kilometer verbrandt je lichaam ook opgeslagen koolhydraten, dus eet genoeg voor vertrek en neem snacks mee.

Voeten en schoenen: dit gaat het vaakst mis

Blaren en pijnlijke voeten zijn de meest voorkomende problemen bij de voorbereiding op 25 km. Draag je wandelschoenen al minstens drie à vier weken voor het evenement in, bij voorkeur tijdens je lange trainingsronden. Nieuwe schoenen op de dag zelf is vragen om problemen.

Gebruik wandelwriemelsokken (speciaal wandelontwerp, dubbellaags of merino wol) om wrijving te verminderen. Knip je nagels kort voor de lange wandeling. Een drukplek die bij vijf kilometer nog niets doet, kan bij twintig kilometer een grote blaar zijn.

Wat je verder moet regelen

  • Drinken: neem minimaal 1 liter water mee per vijf uur wandelen. Bij warm weer meer.
  • Eten: denk aan banaan, energiereep, rozijnen of noten. Eet kleine hoeveelheden vaker, niet één keer veel.
  • Rugzak: gebruik een rugzak die niet te zwaar is (maximaal 5 tot 7% van je lichaamsgewicht).
  • Kleding: vermijd katoenen T-shirts. Die worden zwaar en schuren. Kies voor functionele stof die vocht afvoert.
  • Blaarpleister: altijd een paar in je zak. Plak ze preventief op plekken die je al kent van eerdere wandelingen.

Veelgemaakte fouten bij de voorbereiding

Te snel te veel doen is de grootste fout. Veel mensen voelen zich na twee weken goed en verhogen ineens flink de afstand. De vuistregel is: verhoog je wekelijkse afstand nooit met meer dan tien procent per week. Dit schema houdt zich daaraan.

Een andere valkuil is de lange wandeling overslaan en denken dat je de losse kortere wandelingen compenseert. Dat werkt niet. De lange wandeling traint specifiek je uithoudingsvermogen en went je voeten en lichaam aan langdurige belasting. Kortere wandelingen doen dat niet.

Tot slot: rust is onderdeel van de training. Slaap genoeg en plan minstens één volledige rustdag per week zonder wandeling. Je wordt sterker tijdens de rust, niet tijdens de inspanning zelf.

Met dit schema en een beetje geduld loop je 25 kilometer zonder grote problemen uit. De meeste mensen zijn verrast hoe haalbaar het is als je het rustig opbouwt. Houd je aan het schema, draag de juiste schoenen en zorg goed voor je voeten. Dan staat er niets meer in de weg.

Scroll naar boven